Een zomer in ... - Jan Dol
Een zomer in . . . Oosterweg 1979. De zomer loopt op zijn eind maar onze verhouding is pril. Ik ga voor de eerste keer mee naar haar ouderlijk huis. Ik ben zwaar onder de indruk: groot huis, rijke ouders, allebei professor. Zij heeft net een studie achter de rug aan de universiteit en ik moet er nog aan beginnen. Ga er maar aan staan als arbeidersjongen. Het diner is kort, want haar ouders moeten vroeg in de avond weg. Geen zorgen meer over hoe om te gaan met gestolde gebruiken. Het toetje, inclusief bedwelmend genotmiddel, flansen we zelf in elkaar. Afgezien van het effect gewoon lekker en daarom eet je misschien iets te veel. ‘Waarom de muziek zo hard’, vragen de buren. Wat zachter is geen probleem. In een vlaag zijn we het erover eens een wandeling te gaan maken. ‘Waarom zo lachen’, vragen andere buren. ‘Omdat we elkaar pas kennen, we hebben hetzelfde gevoel voor humor’. Nog verdere buren hebben een boot achter het huis met een ruime kajuit, waar wij gezellig in kunn...