Posts

Een zomer in ... - Jan Dol

Een zomer in . . . Oosterweg 1979. De zomer loopt op zijn eind maar onze verhouding is pril. Ik ga voor de eerste keer   mee naar haar ouderlijk huis. Ik ben zwaar onder de indruk: groot huis, rijke ouders, allebei professor. Zij heeft net een studie achter de rug aan de universiteit en ik moet er nog aan beginnen. Ga er maar aan staan als arbeidersjongen. Het diner is kort, want haar ouders moeten vroeg in de avond weg. Geen zorgen meer over hoe om te gaan met gestolde gebruiken. Het toetje, inclusief bedwelmend genotmiddel, flansen we zelf in elkaar. Afgezien van het effect gewoon lekker en daarom eet je misschien iets te veel. ‘Waarom de muziek zo hard’, vragen de buren. Wat zachter is geen probleem. In een vlaag zijn we het erover eens een wandeling te gaan maken. ‘Waarom zo lachen’, vragen andere buren. ‘Omdat we elkaar pas kennen, we hebben hetzelfde gevoel voor humor’. Nog verdere buren hebben een boot achter het huis met een ruime kajuit, waar wij gezellig in kunn...

een zomer in mijn tuin - wil dwarswaard

een zomer in de tuin dwalend in mijn tuin schrijf ik mijn schuld in het zweet van onze rijke tijd mijn maag verkrampt maar afvallen doe ik niet het is bijna veertig graden open ramen zonder lucht zo nadert ons verlies het gele gras hoeft niet gemaaid alleen de kikkers kwaken welgemoed het is bijna veertig graden roeken vliegen af en aan pikken naar het laatste graan ik zal voortaan biologisch koken tweedehands mijn kleren kopen dat doet niets af aan ramp of schuld het is bijna veertig graden Ik vul de vijver voor de kikkers 1 op 1 met schuldgevoel ook de druif en de bessenstruiken krijgen een gieter vol mijn telefoon schrijft weer een nieuw record het is bijna veertig graden voor het zijraam staat de venkel hoog en in volle bloei bijen gonzen tussen de gele schermen zeldzaam hoopgevend in deze vreemde tijd het is bijna veertig graden Wil Dwarswaard 2e prijs Poëzie Zomerschrijfwedstrijd

De zomer in het donker - Hans Boerema

De zomer in het donker Voor het eerst sinds het overlijden van zijn vader zocht hij zijn toevlucht in het huis van zijn ouders op het eiland. Onderweg naar het station slaagde hij er niet in zich van de waan te bevrijden dat hij door alle mensen in de wijde omtrek werd besproken alsof hij een ten onrechte vrijgesproken misdadiger was. In de bus keek hij naar de lucht die lichter blauw was dan het lichtblauw van blauwe ogen waarin zonlicht wordt weerkaatst. Op het dek van de boot volgde hij nauwgezet de bewegingen van het zeewater. ‘Golfslagen stromen achterstevoren neerwaarts over elkaar heen in het weids klotsende zwart-achtige blauw,’ concludeerde hij dromerig. Bij aankomst op het eiland, met de zee achter zich en het gras van de dijk onder zijn voeten, dacht hij aan Joy, het meisje dat hij had ontmoet na afloop van een kerkdienst. Zij had gehuild omdat haar broer meer met God bezig was dan zij. Sluipend bijna, liep hij over het schelpenpad door de achtertuin. Het zwarte m...